Uit de kast

Over de overgang

Marret Kramer

Toen eind vorig jaar mijn opiniestuk in Trouw “Een normaal gesprek over de overgang” stond, voelde het een beetje als uit de kast komen. Nu was ik ‘officieel’ een vrouw in de overgang – en kennelijk was ik de schaamte voorbij.

Schaamte – hoezo eigenlijk, toen ik ongesteld werd schaamde ik me toch ook niet? En ik besefte weer hoe negatief de connotaties bij ‘overgang’ en ‘menopauze’ zijn. Niet meer vruchtbaar, niet meer jong, niet meer een heel leven voor je.

Zelf legde ik inmiddels andere accenten. Ik ben een senior in mijn werk, durf ja te zeggen tegen spannender opdrachten dan vroeger. Ga ervan uit dat ik nog een jaar of 15 doorwerk. Ben zelfverzekerder, en voel me na de nodige overgangstoestanden blij met m’n lijf. M’n hoofd doet het ook nog uitstekend: zo won ik het Groot Dictee toen ik 53 was – niet gek voor een overgangsvrouw toch?

Dus hoezo al half dood en niet sexy? Tijd om normaal te doen over de overgang lijkt me, nu we onderhand met 1,2 miljoen vrouwen zijn plus alle betrokkenen eromheen. Bij de start van een leertraject met jonge professionals liet ik bij de kennismaking vallen dat het achteraf wat ongelukkig was om zo laat kinderen te krijgen, want de combinatie van pubers en een moeder in de overgang was soms nogal heftig geweest. Die gasten van eind 20 begonnen te lachen van herkenning: ja, dat hadden hun moeders ook. Niks mis mee. Het voelde heel normaal om het er even met een grijns over te hebben.

Voor veel vrouwen op goede posities is het echter nog lang niet zo ver, merken we in reacties op ons initiatief voor de lezingencyclus. Je hebt het er hooguit met vriendinnen over of misschien met andere vrouwen in een zakelijk netwerk. Want het wordt snel geassocieerd met vrouwentoestanden, verzwakking van je positie omdat je je kwetsbaarheid toont.
Of je sluit liever de ogen voor wat er gaande is: nergens last van, nee hoor. Je zou haast denken dat alle vrouwen van de 10% die moeiteloos door deze fase heengaan toevallig in de top zitten. Wat niet het geval is.

Zelf was ik ook van de ontkenning: op mijn 49e werd ik geïnterviewd voor het boek “Vrouwen van Vijftig” en had nog nergens last van. Drie jaar later had ik hevige verschijnselen – maar omdat ik ooit had geroepen dat ik niet aan de overgang deed, was ik ervan overtuigd dat die absoluut niks met de overgang te maken hadden. Pas een paar jaar later was ik eraan toe de vragen onder ogen te zien waar deze nieuwe levensfase me voor stelde. Met onder andere dit initiatief als gevolg. Als bijdrage om een normaal gesprek over de overgang te kunnen voeren!

1 antwoord
  1. Marijke Brouwers
    Marijke Brouwers says:

    Gelukkig komen steeds meer vrouwen tot openheid over de overgang en zoals Marret ook vertelt een normaal gesprek over de overgang, zou zonder taboe moeten kunnen! En weet je: neem de uitdaging aan en gebruik de overgang om nog beter in je kracht te komen!

Reacties zijn gesloten.