Tweede puberteit?

Bij de gesprekken die we voerden in de voorbereiding van ons programma ‘Hoe overleef ik als professional de overgang’, kwam als vanzelfsprekend het begrip ‘de tweede puberteit’ ter tafel. Eerst als een grap, maar gaandeweg werd het een steeds serieuzere benaderingswijze voor ons onderwerp: hoe kom je als werkende vrouw, moeder, tante, professional de overgang door als je je van binnenuit ondermijnd voelt door krachten die je tot dan toe niet kende?

Soms zijn het de levensvragen die zich ineens aan je opdringen, soms gevoelens van onzekerheid die je tot dan toe vreemd waren, de hot and cold flushes die zich nog het makkelijkste laten bestempelen als tekenen van de overgang.

Het niet meer kunnen koken zonder leesbril, vriendinnen die zich ineens uitschrijven uit je bestaan, een enorme voorliefde om ineens alleen nog maar tv te willen kijken ’s avonds, en ’s ochtends niet zo makkelijk meer op kunnen staan. Ineens staat je baan op de tocht, het werk waar je toch ook al 25 jaar mee verbonden bent. Of nog heftiger, het soort werk wat je deed en waar je een enorme ervaring in hebt opgebouwd, verdwijnt helemaal, bestaat niet meer. Of je wilt je werk op een heel andere manier doen.

Allemaal voortekenen van een nieuwe fase in het leven, waarin drastischer dan voorheen veranderingen zich in een rap en ongekend tempo aandienen. En er is geen ‘handboek soldaat’ meer dat de antwoorden kan geven.

Dat is het tijdsgewricht waarin wij met onze generatie nu leven en het wordt de kunst om jezelf opnieuw (uit te) vinden. Terwijl we toch nog opgevoed en groot geworden zijn met het perspectief dat er na hard werken een periode van rust en contemplatie zou komen. Een levensfase waarin wij op basis van een goedopgebouwd pensioen alle tijd zouden hebben voor het echte leven en vooral gaan genieten. Die tijd is niet meer. Voor velen van ons.

Alles loopt door elkaar, contemplatie NU – want hoe moet ik verder met mijn carrière; gezond en fit blijven NU – want anders kan ik het werktempo niet bijbenen; gedwongen genieten NU – want straks heb ik misschien geen geld meer? Welke wegen weten we te vinden om met al deze prangende vragen te dealen; wat is voor jou de werkende weg?

In deze tijd waarin sociale en maatschappelijke structuren verbrokkelen en voorspelbaarheden zoek raken, lijkt de enige houvast jezelf te zijn. De vraag ‘wie ben ik’ als levensmotto, inspiratiebron en bron van energie om nieuwe wegen te kunnen inslaan.

Hoe goed ken jij jezelf? Praktijkonderzoek leert dat we heel veel potentieel onbenut laten. Onze realiteit is nu eenmaal zo: als je motortje eenmaal loopt, is het niet zo nodig om nieuwe kwaliteiten en vermogens bij jezelf proberen te vinden en aan te boren. Dat is ook het mooie van deze levensfase: er is veel meer potentieel dan je voor mogelijk hield!

Een ontdekkingstocht die begint rond je vijftigste, een nieuw avontuur onder leiding van jezelf. En waar je uitkomt? Who knows? Het is alsof je weer 18 bent en je opnieuw de wijde wereld intrekt… Met af en toe nog een puistje.

1 antwoord

Reacties zijn gesloten.